Translate

10-03-2009

Wat heb ik toch met van Rossum?


Wat heb ik toch met van Rossum?

Maarten van Rossum, Amerika-deskundige en tegenwoordig polderjongen. Wel een heel andere tak van sport, zullen we maar zeggen. Eigenlijk kan het me ook niet zoveel schelen, want van Rossum heeft ongemerkt mijn hart gestolen. In welke hoedanigheid hij ook op de buis verschijnt, het is en blijft een boeiende vertoning. Zijn ironische sarcasme, zijn vlijmscherpe opmerkingen, zijn een streling voor mijn oor.
Of het nu een optreden is, want zo mag je het wel noemen, bij Pauw&Witteman of een ander actualiteitenprogramma, altijd is hij het vlaggenschip. Zijn onafscheidelijke coltruin, verwarde haren, zijn niet te evenaren rake opmerkingen, doorspekt met het nodige cynisme.
Van Rossum heeft zó zijn eigen mening over het land der onbegrensde mogelijkheden, hoewel dat tegenwoordig nog maar de vraag is, gezien de situatie in Amerika.

Van Rossum presenteert sinds kort een programma bij de NCRV over ons polderlandje. Je zou er bijna christelijk van worden. In een lichte regenjas struint hij in begeleiding van de camera de schoonheden van ons land af.
Regen of geen regen, van Rossum baant zich een weg door de modder. Op een van de eilanden of Drenthe. Van Rossum op reis in Nederland. Een grappige combinatie, NCRV en van Rossum. Niet iets wat je meteen als normaal kunt beschouwen.
Het blijft stoer met een vleugje van Rossum-saus. Je proeft het! De juist gekozen woorden, doordrenkt met zijn sarcasme, al is het maar over een Friese terp.
Maarten blijft mij boeien, ondanks zijn voornaam. Ik moet altijd denken aan een vroeger vriendje, en dat roept bij deze naam niet al te goede herinnering op. Dus noem ik hem maar van Rossum. Bovendien zou ik me goddelijk voelen als ik ook maar 20% van zijn onverstoordheid, zijn cynisme en sarcasme zou kunnen overnemen. Ik hang aan zijn lippen en misschien beantwoord dit de vraag; wat heb ik toch met van Rossum?
©Maydana 9 maart 2009

04-03-2009

De 'ongelukkige 'huisvrouw


De ‘ongelukkige huisvrouw’

De schrijfster Heleen van Rooyen is weer in opspraak. Even had ik het idee dat ze veilig en ver weg was van onze vaderlandse pers. Ineens verscheen ze weer op de platte beeldbuis en volgens wel in gelichte kringen, met een gepikt idee. Nu heb ik persoonlijk niet erg veel met deze ‘gelukkige huisvrouw ‘, want ik ben eerlijk gezegd nog niet vergeten hoe ze destijds via allerlei omwegen haar onpersoonlijkheid en slechte journalistiek promootte. Maar daar zullen we het maar niet meer over hebben!
Als ik haar geschreven werken terugvindt bij het Kruidvat en tweede hands boekhandel voor een B-prijsje, geeft het ongeveer aan welk niveau deze geletterde heeft. Een excuus, dat de Portugese zon haar hersenen heeft doen schrompelen, lijkt me nauwelijks gerechtvaardigd. In mijn ogen is ze een slechte schrijfster, die danst op het hoofd van haar slachtoffers en stiekem even wat ideeën pikt van anderen. Bovendien is haar nieuwe roman “Mannentester ‘gebaseerd op een eeuwenoud recept, in allerlei variaties, dus niets nieuws aan de schrijvershorizon.

Heleen pleegt te zeggen dat er van plagiaat geen sprake is, puur een kwestie van toeval. Nou wil het geval, dat ik geen geloof hecht in toeval, maar alleen geloof in zaken die komen en moeten komen. Zo ook dit! Heleen heeft iets gelezen of gehoord, of misschien toch wel geklikt op Chicklit.nl. Uiteindelijk kan niemand dit toetsen en ontkennen is niet moeilijk.
Maar een ding is zeker, Heleen van Rooyen is een prachtig object voor de roddelbladen.
Heleen is nep, freelancer zonder inspiratie.

Misschien kan Judith Visser, het eigenlijke brein van dit idee, een nieuwe roman schrijven, die gaat over een tweederangs schrijfster die er van door gaat met ideeën van anderen.
Ik ben er van overtuigd dat dit literair aanzienlijk meer verantwoord is dan de slecht geschreven boeken van Heleen van Rooyen.
© Maydana

24-02-2009

Wouter Bos en zijn gevulde knip

Wat mij de laatste tijd in het bijzonder opvalt, is dat buiten de banken andere grote bedrijven ineens een immens groot verlies lijden. Nu ben ik geen econoom, maar echt begrijpen doe ik het niet. Als je nu bijvoorbeeld Akzo neemt; verleden jaar nog een winst van 695 miljoen en nu een verlies van ruim 1 miljard.


Ook de geldinjecties naar de banken is telkens weer een verliespost. Miljarden worden geïnvesteerd, maar evenzo verdwijnen miljarden als sneeuw voor de zon. Wie zit er toch in dat gat en vangt het op! En wie kan mij nu eens uitleggen waar dat geld allemaal gebleven is. Ineens schijnt iedereen verlies te draaien en hoopt natuurlijk op een goede gift van onze Wouter Bos. Liever gezegd ons geld! Crisis zal wel een vicieuze cirkel zijn, maar ik krijg als non-econoom toch het gevoel dat alle investeringen in een bodemloze put verdwijnen.
Worden jaarcijfers door bedrijven gemanipuleerd? Of is het reuze handig van deze tijd gebruik te maken om Wouter de nodige bankbiljetten af te roggelen.
Evenzo het bericht dat Kleisterlee, topman van Philips salaris moet inleveren; hij gaat van 2.2.miljoen per jaar naar 1.7 miljoen. Dat is toch een flinke aderlating! Als ik tijd heb, zal ik medelijden met hem hebben. Wat zal die man moeten inkrimpen en de dame des huizes zal voortaan boodschappen moeten doen bij de Aldi. Wat zo een crisis toch voor narigheid met zich mee kan brengen.
Was de euro toch niet zo een goed idee? Of krijgen we toch en jaren 30 verhaal? Lopen we straks de kans dat al ons gespaarde geld niets meer waard is en we genoegen moeten nemen met een tientje van Bos?


© Maydana

03-02-2009

© foto Maydana
Onvoorwaardelijke liefde, Parijs!
Als de eerste zonnestralen zich laten zien begint mijn lijf ongevraagd te kriebelen, instinctief voel ik dat ik weer naar mijn stad moet, Parijs. Krioelend tussen miljoenen mensen voel ik de rust en stilte die zich meester maken van mijn lichaam en geest. Als een soort trekvogel wil je terug daar waar ik thuis hoor. Een zachte bries tilt je op en met de snelheid van 300km per uur brengt de Thalys me veilig naar Gare du Nord. Bij het uitstappen voel ik de grond van Parijs, ik ruik Parijs en blijft staan om de lucht te snuiven als een verslaafde.
Met gesloten ogen besef ik dat ik weer daar ben waar mijn roots liggen. Mijn medepassagiers duwen en trekken om zo snel mogelijk de uitgang te bereiken, maar vooral als eerste een taxi te bemachtigen. Ik heb geen haast. Langzaam slenter ik naar de uitgang, en loop naar links om naar mijn geliefde Afrikaanse koffiehuis te gaan en mij te verzadigen aan een heerlijk kop koffie, groot en nergens in Parijs verkrijgbaar.
Aangekomen vlei ik me neer op het terras tussen de palmbomen en sluit mijn ogen. "Bonjour Madame, ", zegt de altijd vriendelijke Afrikaanse eigenaar, fijn u weer te zien, alles goed met u? 'Perfecte moi', roep ik, en ga weer volop genieten. Ik krijg een extra grote mok met koffie en geniet met volle teugen. De rust keert terug in mijn lijf en de zachte zonnestralen prikkelen mijn huid. Bij de laatste slok koffie besef ik dat het dwangmatig is, om steeds opnieuw terug te keren.
Langzaam sta ik op en vraag mijn Afrikaanse gastheer om de rekening. Een grote grijns verschijnt op zijn gezicht en lacht zijn tanden bloot, 'Van het huis, Madame' ik verheug mij elke keer weer u te zien. Dan nemen we afscheid en ik geef hem een dikke kus op zijn voorhoofd. Ik loop richting Gare du Nord en bij de taxistandplaats is de rust weergekeerd. Ik vraag de taxichauffeur mij naar Montparnasse te brengen.
Montparnasse, de wijk van kunstenaars en schrijvers.Het is een levendige wijk, een echt oud stukjeParijs. Er liggen veel voetstappen van beroemdheden, zoals Picasso, Balise Cendrars krabbelde hier zijn gedachten op papier, Rodin en Balzac, maar ook Hemingway schreef hier enkele bladzijden van zijn roman Fiësta. Generaties lang studeerden hier schilders en beeldhouwers aan de Académie de la Grande Chaumiére. De muze voelde zich thuis in Montparnasse. Er woonden veel artiesten zoals Eric Satie en Man Ray. Maar ook in dit prachtige stukje Parijs heeft de vernieuwing toegeslagen en Montparnasse is veranderd. Maar voor mij nog altijd het mooiste plekje om te verblijven.
Duizenden taxi's rijden door Parijs, bestuurd door allochtonen zoals Marokkanen en vooral Algerijnen. Steeds opnieuw een belevenis om met de taxi van de ene naar de andere kant van Parijs te toeren. Onvoorstelbare stuurmanskunst, kennis van wijken en straten, het ongelofelijke geduld waarmee de chauffeur de krioelende auto's ontwijkt, en met enig geluk zonder deuken. Ik raad u niet aan rond 16.00 uur aan een taxirit te beginnen. Dan staat Parijs in de file en kun je over de daken van de auto's lopen en is de Metro een betere optie.
Ik nestel mij in de Rue Daguerre. Mijn eerste bezoek is aan de Cimetiére du Pére Lachaise, de begraafplaats der onsterfelijke. Steeds opnieuw heb ik een plattegrond nodig om de weg te vinden in dit stenen labyrint der doden. De vele onsterfelijke der aarde die hier hun laatste rustplaats hebben gevonden. Fraaie grafzerken, soms pompeus andere vervallen en armzalig, volgen elkaar op in de eindeloze rij. De grote bomen, de bankjes en de geplaveide lanen, maken van een middag Pére du Lachaise een onvergetelijke indruk. Altijd bezoek ik even het graf van de kleine nachtegaal Edith Piaf, Jim Morrison en Dalida. Maar ook Moliere sla ik niet over. Genietend van de eindeloze rust en stilte, bedenk ik als ik ooit sterf, hier begraven wil worden. Vlak voordat de poorten sluiten neem ik weer afscheid en loop richting Montmatre, de rosse buurt met zoveel charme. Montmatre was in de vorige eeuw nog een landelijke streek met wijngaarden en molens. Er zijn nog genoeg stille hoekjes, waar toeristen niet komen, om het fraaie uitzicht te bewonderen.
Montmatre was een voormalig kunstenaarsdorp. Ik bewonder nog even de Sacre Coeur en beslis dat ik morgen terugkom voor een bezoek zoals altijd. Ik eindig op de Place du Tetre en geniet van een heerlijk avondmaal met een goed glas wijn. Hier kun je urenlang zitten en vooral kijken, tussen de talloze schilders en bohémiens. Het prachtige uitzicht over de miljoenenstad en geen enkele moeite de stilte te voelen waar je zo naar verlangde.
Mijn eerste nacht in Parijs. Het oude, zeer goed gerenoveerde intieme Franse hotel geeft me het gevoel te zijn beland in een sprookje van Duizend en één Nacht. Alle kamers hebben een ander thema, en mijn kamer past geheel bij mij. Ik open de vensters en geniet nog even na van de altijd bruisende en enerverende stad, de metropool die nooit slaapt. De volgende dag na een uitgebreid ontbijt loop ik richting Sacre Coeur, deze keer neem ik de trappen, maar constateer dat mijn conditie die van een natte dweil is en sta regelmatig als een oud paard te hijgen. Voor de laatste trappen geef ik het maar op en plof neer. Ik kijk richting stad en zie in de verte de Eiffeltoren, Parijs in al zijn glorie. De zon heeft haar stralen verdeeld over de miljoenenstad. Even de stilte voelen van de Sacre Coeur, zijn prachtige entree, de stilte, de mooie indrukwekkende beelden en de duizend brandende kaarsjes, alleen maar fluisterende mensen. Later neem ik nog even een kijkje op de Marokkaanse markt, snuffel wat rond en doe enkele aankopen.
Met mijn laptop, een fles water laat ik me afzetten bij Ponte du Neuf. Genietend van de Seine, kijkend naar de zwervers onder de brug, slaat mijn fantasie slaat op hol. Hier moeten toch mooie verhalen zitten. Ik laat me naar het Bois de Boulogne brengen, het grote park in het welgestelde westelijke deel van de metropool, dat je vermoeide hart alles biedt. Ik zoek een van de vele bankjes uit om toch de laptop ter hand te nemen en mijn bevindingen vast te leggen. De stukjes komen bij vlagen in dansende letters op mijn beeldscherm en in verval in een melodrama-tje.
Ook ga ik nog naar 'het hart van de stad', Ile de la Cité. Op dit schelpachtige eiland in de Seine slenteren de bezoekers door 2000 jaar geschiedenis. Vlak bij is de Notre Dam, het Gerechtshof en de vroegere Staatsgevangenis. Het eiland is een stukje Parijs dat men niet kan overslaan. Er zijn veel restaurants, gezellige terrassen en echte Parijzenaars. Ook op het buureiland Ile St-Louis, het moeras van weleer en nu het meest kostbaarste stukje grond van de stad, laat ik vandaag mijn voetstappen achter. Ik zoek naar een klein restaurant waar ik weer even "Frans' kan zijn met de wetenschap dat morgen weer de dag van vertrek weer zal aanbreken.
Gare Du Nord; nog even naar mijn Afrikaanse vrienden, de laatste echte koffie, een vertederend afscheid en tot de volgende 'kriebel'. De Thalys wacht, zoek mijn coupe en tranen biggelen over mijn wangen. Dag stad van mijn roots, dag Parijs stad van de liefde, wat hou van jou! De wortels in mijn lichaam trillen en ik neem voor de zoveelste keer afscheid,maar ik kom weer terug, dat beloof ik je. Het Franse bloed zal blijven stromen in mijn aderen en mijn onvoorwaardelijke liefde voor de mooiste stad van de wereld.
©Maydana

26-01-2009

De volgende generatie zoekt het maar uit!

De volgende generatie zoekt het maar uit!

In de afgelopen weken kreeg ik de nodige signalen vanuit verzorgingstehuizen, dat werkzaamheden die normaal zouden moeten zijn, worden gehinderd door bezuinigingsdrift.
Op zich geen wereldverhaal, want dat er driftig bezuinigd werd op onze oudjes is geen echt nieuws. Dat dit de nodige irritaties opwekken, moge duidelijk zijn. Babyboomers die hun ouders nog hebben en de zorg hebben overgedragen aan een verzorgingshuis, zijn over het algemeen zeer ontevreden. Nee, de verpleging treft in deze weinig schuld, het management heeft deze verzorgenden in een wurggreep, waarbij er steeds minder tijd overblijft zich met volle overgave te wijden aan de echte opdracht, de volledige en intense verzorging van de ouderen. Blijkbaar moeten zij meer tijd steken in allerlei onzinnige vergaderingen, het invullen van ellenlange lijsten met volstrekt onnuttige informatie. Tijdverspilling, want statistieken wegen niet op tegen een goede, maar vooral belangrijke taak, liefdevolle verzorging van hulpbehoevende ouderen.
Door deze druk van bovenaf, worden er fouten gemaakt die altijd ten nadele is van onze groep ouderen.
Het is een uiterst zorgelijke ontwikkeling, ondanks alle goede bedoelingen van de verpleging.
Gevangen in de wurggreep van het management en de bezuinigingsdrift vanuit het Haagse blijft voor de verpleging weinig meer over van hun roeping.
Waardoor fouten ontstaan, die voor sommigen fatale gevolgen kunnen hebben. Diensten die worden overgedragen, schijnen tekort te schieten in overdrachtsinformatie.
Een zorgelijke ontwikkeling. Zoals het spreekwoord zegt; de ene hand weet niet wat de andere doet.
En dat kan in de praktijk zeer kwalijke gevolgen hebben.

Nu heb ik mijn oor eens te luister gelegd bij de generatie dertigers- en veertigers met de vraag; hoe zij denken over onze verzorgingsstaat en de uitvoering hiervan.
Een schrikbarend resultaat moet ik u zeggen. Het zal ze letterlijk en figuurlijk een zorg zijn.
Niet hun probleem. Bovendien zijn ze niet bereid meer te betalen voor de verzorging van de huidige groep ouderen. Geen denken aan. Bovendien vinden zij het niet hun taak hier enige aandacht aan te besteden. Mijn vraag hoe zij zich de toekomst als senior voorstellen, werd abrupt van tafel geveegd. Wie dan leeft, wie dan zorgt. Een bittere conclusie!

Nog veel erger is het als men bedenkt dat de babyboomers over aan aantal jaren misschien ook zorg nodig zal zijn, en de wetenschap dat hun kinderen niet bereid zijn geweest extra te betalen, om dit te garanderen.
Over affiniteit van de jongere generatie ten aanzien van hun ouders is weinig meer over. Met andere woorden; ze zoeken het maar uit!

© Maydana

21-01-2009

Uw privacy (niet) gegarandeerd

Uw privacy ( niet ) gegarandeerd

Gisteren moest ik naar het Belastingskantoor. De tijd dat men dat vervelende formulier in moet vullen nadert met rasse stappen. Nu ben ik maar gewoon werknemer, dus veel bijzonders valt er niet in te vullen – of af te trekken.
Maar een blauwe enveloppe wipte mijn brievenbus binnen met de vraag of ik een bezoekje wilde brengen aan de heilige Inspecteur der Belastingen.
Echt dol ben ik niet op dit soort van uitnodigingen, want meestal betekent dit niet veel goeds.

Nu hebben we in onze provinciestad een geheel nieuw belastingkantoor, ruimtelijk en super de luxe, waar de heren zich suf rekenen om mijn zwaar verdiende euro’s die kant op te laten vloeien. Maar een rondleiding in het hernieuwde onderkomen van onze geldduiveltjes zou misschien de moeite waard kunnen zijn. En…dat was het, verzeker ik u!

Alsof ik Grand Hotel Riz binnenstapte. De immense hal gaf mij het gevoel van een teveel aan belasting betalende landgenoot. In ieder geval wist ik meteen waaraan enkele van mijn geïnde euro’s aan waren besteed. Twee grote kunstwerken van een gerenommeerde schilder sierden de grote witte wand. Een rekensommetje leerde mij al snel dat deze schilderijen een klein vermogen hebben gekost.
Een immense houten sculptuur stond in het midden. Ook hier moet beslist aardig zijn gegraaid in de ‘belastingpot’.

Door de oneindig lange marmeren hal baande ik me een weg naar de balie. Twee zwartharige medewerkers, blijkbaar is blond tegenwoordig out, verwezen mij met een bonnetje naar een knusse zithoek. Een groot beeldscherm zou mijn nummer projecteren, en kon ik mij vervoegen naar de balies. Ik kom ogen tekort om het nieuwe ‘paleis der blauwe enveloppen ‘ in me op te nemen. Met verve neem ik plaats en even had ik geen flauw idee meer, dat dit het belastingkantoor was. Mijn nummer verscheen op de display, in kleur, en ik wandelde op mijn dooie gemak naar het loket. Overigens een afstand waarbij men ernstig moet denken aan een halve marathon. Mocht u denken dat enige discretie aanwezig was, dan moet ik u hevig teleurstellen. Open en bloot. Alle loketten waren bezet en ieder gesproken woord was duidelijk verstaanbaar. Ongewild wordt je tot luistervink gepromoveerd!
Naast mij stond een dame, die haar hele hebben en houwen moest vermelden en de ambtenaar in kwestie ieder antwoord nog eens herhaalde, zodat wij allen haar stand van zaken en gespaarde euro’s tot ons konden nemen.
Je zult maar het slachtoffer worden van deze ondervragingstechniek en je buurman staat naast je. Toch geen prettig idee! Van enige privacy geen sprake, want zelfs bij het postkantoor dien je achter de blauwe streep te blijven, of is dit tegenwoordig oranje?
Mocht ik deze dame in de stad tegenkomen, weet ik in ieder geval wat ze op haar bankrekening heeft staan.
Ik was overigens zo klaar, de ambtenaar deelde mij mede dat het formulier gewoon kon worden opgestuurd en een theekransje bij de inspecteur niet aan de orde was. Jammer, want ik had zijn onderkomen in dit belastinghotel graag willen zien. En de weg naar deze chique tent had ik me kunnen besparen. In ieder geval weet ik nu dat er voor de belasting discretie niet telt, uiteindelijk weten ze alles van je en als je geluk hebt weet jij alles van je buren!


© Maydana